Experts met wie u verder kijkt

Algemeen

Recreatiewoningen op bungalowparken, wel of geen woning?

Zijn recreatiewoningen op bungalowparken woningen of niet? Rechtbank Zeeland - West Brabant meende dat sprake was van woningen (zie ECLI:NL:RBZWB:2015:3121) en Rechtbank Oost-Brabant kwam tot een vergelijkbare conclusie (zie ECLI:NL:RBOBR:2015:7434). Rechtbank Gelderland concludeerde echter tot drie keer toe dat geen sprake kon zijn van woningen (zie ECLI:NL:RBGEL:2015:5783, ECLI:NL:RBGEL:2015:5308 en ECLI:NL:RBGEL:2015:5501 ). Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 15 november 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1125) overwoog Rechtbank Gelderland in haar uitspraak van 20 augustus 2015 dat de duurzaamheid van het verblijf ook voor een recreatiewoning als een doorslaggevend argument gebruikt kon worden, bij het beantwoorden van de vraag of sprake was van een woning of niet-woning. Rechtbank Gelderland concludeerde tot niet-woning en dus was terecht een aanslag gebruikersheffing opgelegd.

Tegen deze laatste uitspraak werd sprongcassatie ingesteld en het beroep in cassatie is door de Hoge Raad gegrond verklaard (zie ECLI:NL:HR:2016:2084). De Hoge Raad oordeelde op 16 september 2016 dat:

1. Recreatiewoningen met de faciliteiten en voorzieningen bestemd zijn om daarin te verblijven en te slapen. De recreatiewoningen zijn aldus op zichzelf beschouwd, naar aard en inrichting, zowel bestemd als geschikt om enigszins duurzaam voor menselijke bewoning te dienen. Zij zijn daarom volgens de Hoge Raad aan te merken als woning.

2. Dat dat ook blijkt uit de parlementaire toelichting bij de invoering van tariefdifferentiatie in artikel 220f van de Gemeentewet waarin is vermeld dat recreatiewoningen vallen onder het begrip woning.

3. En dat opstallen als de onderhavige recreatiewoningen, die als geheel naar aard en inrichting bestemd en geschikt zijn om enigszins duurzaam voor menselijke bewoning te dienen, die hoedanigheid niet verliezen als zij niet voor permanente bewoning mogen worden gebruikt.

Kortom, de Hoge Raad meent dat recreatiewoningen als woning moeten worden aangemerkt. Tenminste, de recreatiewoningen waarvan sprake was. Gelet op deze uitspraak zal de waardering van bungalowparken op de schop moeten, of op zijn minst tegen de loep moeten worden gehouden. Er zal rekening moeten worden gehouden met de waarde van de woningen. Wanneer die voor 70% of meer deel uitmaken van de totale waarde van het bungalowpark, zal sprake zijn van een woning in plaats van een niet-woning. Kortom: ook voor bungalowparken zal na deze uitspraak aansluiting moeten worden gezocht bij de waarderingsmethodiek van bijvoorbeeld de zorg- en verpleegtehuizen. Er zal rekening moeten worden gehouden met de woondelenvrijstelling en mogelijk zal zelfs het OZB-tarief moeten worden bijgesteld.

De specialisten van SMQ kunnen gemeenten en (semi)overheden helpen waarderingen uit te voeren en wijzigingen aan te brengen. Bovendien kunnen onze adviseurs meer vertellen over de gevolgen van de uitspraken en u adviseren over de werkwijze en waarderingsmethodieken. U kunt de werkzaamheden bijvoorbeeld uitbesteden of met ondersteuning van SMQ uitvoeren. Bent u benieuwd naar de mogelijkheden? Dan kunt u uw vaste contactpersoon benaderen of hieronder een reactie achterlaten. 

Neem contact met mij op

Laat uw gegevens achter en wij nemen binnen een werkdag contact met u op

SMQ - Contactform footer

SMQ - Contactform footer

SMQ: experts met wie u verder kijkt