Experts met wie u verder kijkt

Kennisstuk

Uitspraak WOZ-afbakening op basis van sekse?

De kop “Hof corrigeert objectafbakening islamitisch centrum”  van het Taks-live  kennisplatform trok de laatste weken de aandacht. Ook bij mij was dit het geval. Het artikel trok niet mijn aandacht omdat het ging om een islamitisch centrum maar omdat het lijkt alsof er een nieuwe criterium was bedacht voor het afbakenen van een object: de sekse van de gebruiker. ‘Hoe bedoelt u,’ denkt u misschien.

Welnu, gerechtshof Den Haag heeft in haar uitspraak van 7 december 2016 (ECLI:NL:GHDHA:2016:3776) gemeend een tot islamitisch centrum voormalig schoolgebouw te moeten opdelen in een drietal WOZ-objecten. Daarbij is eerst gekeken naar de gebouwde eigendommen en vervolgens is gekeken of er gedeelten van het eigendom, gelet op hun indeling, waren bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt.

Gerechtshof Den Haag concludeerde dat de in het voormalig schoolgebouw aanwezige woonruimte een WOZ-object vormde. Immers kende die de imam ter beschikking staande woonruimte een eigen kookgelegenheid, een wasgelegenheid en een toilet, afsluitbaar van de rest van het voormalig schoolgebouw. Gezien de jurisprudentie betreffende de WOZ-afbakening (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2004:AR3500 , ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6307 of ECLI:NL:HR:2010:BM6698) valt er weinig op die conclusie af te geven.

De andere WOZ-objecten werden volgens Gerechtshof Den Haag gevormd door – jawel – een mannenafdeling en een vrouwenafdeling. Beide afdelingen waren volgens gerechtshof Den Haag gelet op hun indeling bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt en beide afdelingen konden voorzien in de gebruiksbehoeften van de gebruikers zonder dat deze gebruikers waren aangewezen op buiten het gedeelte in het gebouwde eigendom aanwezige voorzieningen. Tot zover lijkt er geen vuiltje aan de lucht. De afbakening is correct gelet op artikel 16, aanhef en onderdelen a en c, van de Wet WOZ. Maar wat te denken van de samenstelregel?

Gebouwde en ongebouwde eigendommen vormen, wanneer deze bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen, één samenstel. Die complexbepaling is ook van toepassing op zelfstandige gedeelten. Wanneer dergelijke gedeelten die naar hun indeling zijn bestemd om elk als afzonderlijk geheel te worden gebruikt toch gezamenlijk als één geheel worden gebruikt, dan vormen die gedeelten samen één object op grond van artikel 16, aanhef onderdeel d. Naar die complexbepaling lijkt Gerechtshof Den Haag helemaal niet te hebben gekeken ofschoon de heffingsambtenaar daar expliciet op heeft gewezen. Het zal toch niet zo zijn dat Gerechtshof Den Haag van mening is dat de mannen en de vrouwen als verschillende belastingplichtigen kunnen worden aangemerkt? Een afbakening op basis van sekse?

Belastingplichtig is er in mijn optiek namelijk maar één, en wel de stichting die het voormalig schoolgebouw in gebruik heeft genomen en de drie WOZ-objecten als één geheel exploiteert in de vorm van een islamitisch centrum.  Nu ken ik het voormalig schoolgebouw niet en moet ik het doen met de omschrijving daarvan, maar naar omstandigheden beoordeeld lijkt mij hier toch sprake van een samenstel en dus één enkel WOZ-object. Jammer dat Gerechtshof Den Haag die laatste stap in de afbakening niet heeft bekeken. Ik neem maar aan dat het een vergissing betreft. Toch?


Over Arijan:

Arijan is binnen SMQ werkzaam als jurist. Hij houdt zich op dagelijkse basis met het geven van advies, stelt uitspraken op of voert verweer tijdens rechtszittingen. Inhoudelijk kan dit uiteenlopen van zeer toegepast recht tot het uitpluizen van complexe vraagstukken.

Neem contact met mij op

Laat uw gegevens achter en wij nemen binnen een werkdag contact met u op

SMQ - Contactform footer

SMQ - Contactform footer

SMQ: experts met wie u verder kijkt